Preventie

Er is geen vaccin voor CMV. Er lopen wel een aantal onderzoeken, maar het is niet duidelijk of en wanneer deze tot resultaat zullen leiden.

Een goede hygiëne (regelmatig handen wassen en intiem contact vermijden) is een veel voorkomend advies. Daarbij wordt meteen de kanttekening geplaatst dat binnen een gezin met meerder kinderen en binnen een kinderdagverblijf, besmetting doorgaans moeilijk te voorkomen zal zijn.

Screening
Er wordt volop gediscussieerd over screening ook binnen de medische wetenschap. Screening kan op twee manieren plaatsvinden, namelijk tijdens de zwangerschap (prenatale screening), en screening van pasgeboren baby's via de hielprik (postnatale screening).

De belangrijkste redenen om geen prenatale screening te doen zijn dat CMV veel voorkomt, de kans op besmetting van de foetus relatief klein is, het vaststellen van een congenitale infectie niet eenduidig is, en er geen behandelingsmethoden zijn. Uit het RIVM beleidsdocument uit 2001: "Screening op het doormaken van een CMV-infectie tijdens de zwangerschap is niet geïndiceerd. De interpretatie van de diverse laboratoriumonderzoeken is moeilijk en bovendien zijn er geen mogelijkheden tot secundaire preventie of vroegbehandeling.".

In Nederland vindt geen standaard postnatale screening op CMV plaats. Dit betekent dat de baby's die een niet-symptomatische congenitale CMV infectie door hebben gemaakt, doorgaans pas gevonden worden indien op latere leeftijd gevolgen ontstaan (bijv. doofheid). In deze gevallen kan via het bewaarde bloed van de hielprik alsnog bepaald worden of het kind een congenitale CMV infectie heeft doorgemaakt.

Voorlichting
Voorlichting ook een belangrijke factor in het voorkomen van congenitale CMV infecties. In Nederland vindt dit echter nauwelijks plaats. De meeste boeken en folders over zwangerschappen bevatten geen voorlichting over CMV. Ook binnen de wereld van de verloskundigen wordt er weinig aandacht aan besteed.


Links


CMV ervaringen (extern)